Het eerste verhaal is bekend

Zoals ik al eerder schreef, ben ik bezig met een sprookjes verhalenbundel. Eén van de verhalen die er in komt, is Het vreugdemaal, dat nu exclusief als voorproefje hieronder te lezen is.

IMG_20181013_175040395

De koning zuchtte diep. Hoe moest zijn dochter ooit een man vinden? Als enig kind was het de taak van de prinses om te trouwen en een erfgenaam te produceren. De koning had prinsen vanuit de hele wereld laten komen, zowel wettig als onwettig. Geen van hen wilde met de prinses trouwen.
Op het laatst kwamen er ook prinsen uit landen waar de koning nog nooit van had gehoord. Toen de prinsen op waren, werden de zonen van edelen ontboden, inclusief de bastaardzonen. De meesten kenden de reputatie van de prinses en weigerden hare hoogheid te ontmoeten. De enkeling die wel kwam, rende bij het zien van de prinses heel hard weg. De kist met geld, die was beloofd aan iedere edelzoon die naar het paleis kwam, werd in de haast vergeten.
Uiteindelijk vroeg de koning het zelfs aan de bastaardzoon van de baron van Likmevestje, een puisterige knaap die nog nooit met mes en vork had gegeten. Hij beloofde hem een stapel gouden munten die zwaarder woog dan een vetgemest varken. Het antwoord kwam in de vorm van drie letters: NEE.
‘Waarom vraagt uwe majesteit niet aan een gewone burger of hij met de prinses wil trouwen?’ vroeg de raadsheer op een dag.
‘Denk je dat iemand gek genoeg is om in ruil voor een titel met mijn dochter te trouwen?’ onderbrak de koning hem. ‘Zelfs als ik de helft van mijn koninkrijk beloof, weigeren ze nog. Het is hopeloos.’ Hij zuchtte opnieuw.
‘U moet de reputatie van de prinses verbeteren, majesteit.’
‘Hoe dan? Er zijn honderden liederen over haar geschreven, dichters bezingen haar schoonheid, kunstschilders wedijveren met elkaar over wie de mooiste glimlach op het gezicht van de prinses heeft getekend, maar iedereen weet dat het nep is. Sinds het verdwijnen van de vorige raadsheer weigert mijn dochter om te lachen.’
‘Kunt u niet nog een zoektocht organiseren?’ vroeg de raadsheer voorzichtig.
‘Daarvoor heb ik geld nodig en de schatkist is bijna leeg.’
‘Dan moet u iemand vinden die uw dochter weer laat lachen.’
De koning reageerde furieus. ‘Alsof ik dat niet allang bedacht heb!’ Kwaad sloeg hij met zijn vuist op tafel.
‘Het spijt me, majesteit.’
‘Die lege schatkist maakt het nog lastiger,’ zei de koning na een korte stilte. ‘Dus daarom kondig ik een decreet af: De eerste man die mijn dochter laat lachen, zal met haar trouwen en na mijn dood koning van dit land worden.’
‘Ook als de man in kwestie een simpele boerenzoon is?’
‘Al was hij de zoon van een hoer en een landloper,’ antwoordde de koning resoluut. ‘Het wordt jouw taak om die man te vinden.’
‘Zoals u wilt, majesteit.’
‘Je krijgt tot kerstmis. Als het dan niet gelukt is, laat ik je executeren. Eens zien of jouw dood mijn dochter wel laat lachen.’
De raadsheer slikte. Zijn voorganger verdween op eerste kerstdag, dit jaar vijf jaar geleden. In al die tijd had de prinses zelfs geen miniem glimlachje geproduceerd. Hoe moest hij in acht maanden bewerkstelligen wat zelfs de beste hofnarren in jaren niet was gelukt?
Hij ging meteen aan de slag. Hij liet minstrelen, narren, dwergen, misvormden, troubadours en acrobaten opdraven. Allemaal toonden ze hun kunsten aan de prinses. Hare Hoogheid gaf telkens dezelfde reactie. ‘SAAI.’
Sinds de koning het huwelijk met de prinses had opengesteld voor alle burgers, had de raadsheer zijn handen vol aan het coördineren van de stroom geïnteresseerde mannen. Ineens wilde iedereen met de prinses trouwen. Vooral burgers van minder goede huize stonden te popelen. Toen de raadsheer in juni uit het raam in het paleis keek en een gigantisch lint van enthousiaste mannen over de kilometers lange weg zag kronkelen, kreeg hij goede hoop. Tussen al die duizenden belangstellenden moest wel iemand zijn die hare hoogheid kon laten lachen. Maar de reactie van de prinses was steevast een langgerekte gaap.
De zomer vorderde. Heel langzaam begon de rij te krimpen. Omdat er nog altijd ontelbaar veel mannen op hun beurt wachtten, bleef de raadsheer optimistisch.
In september keek de raadsheer nogmaals uit het raam. Het kilometers lange lint was geslonken tot slechts enkele honderden meters. Het einde ervan was nu duidelijk tussen de met kastanjes behangen bomen door te zien. Het vertrouwen van de raadsheer kromp haast nog sneller dan de rij mannen. Toen half november de eerste sneeuw viel, was zijn eerdere optimisme tot ver onder het vriespunt afgekoeld.
Totdat er op een koude decembermorgen drie biggetjes voor de paleispoort stonden, elk met een geruite knapzak. Het waren de laatste drie uit de ooit oneindig lijkende rij en de raadsheer wilde hen eigenlijk niet meer binnenlaten. Als het geen enkele man was gelukt om Hare Hoogheid aan het lachen te krijgen, hoe konden drie eenvoudige biggen dat dan wel doen? Omdat de koning echter altijd woord hield en hij graag wat langer dan tot de jaarwisseling wilde leven, besloot de raadsheer om de biggen een kans te geven.
‘Mijn naam is Ruud en ik laat de prinses weer lachen,’ introduceerde de eerste big zichzelf.
Bij de prinses aangekomen, boog Ruud het hoofd tot aan zijn borst. Daarna maakte hij de knopen van zijn strakgespannen overhemd los en haalde twee trommelstokken uit zijn knapzak.
De raadsheer had er weinig vertrouwen in. Zelfs de beste trommelaars van het land konden de prinses niet bekoren.
Ruud schonk geen aandacht aan de man. Hij tikte een paar keer met zijn hoef op de grond en begon te trommelen op zijn uit de broek hangende buik. ‘Rapam pam pam, taram pam pam,’ klonk het. Algauw werd de zachtroze buik van Ruud vuurrood.
De raadsheer moest toegeven dat de big best heel mooi kon spelen. Maar de prinses staarde verveeld voor zich uit. Ook toen Ruud de drumstokken verruilde voor zijn eigen voorpoten, bracht dat geen lach op het gezicht van hare hoogheid. Op het moment dat de buik van Ruud zo rood was dat je er een worstje op kon braden, besloot de raadsheer dat deze big de prinses niet kon laten lachen. Hij liet de volgende big komen.
‘Mijn naam is Guus en ik laat de prinses weer lachen,’ introduceerde de tweede big zichzelf. Hij boog zijn hoofd totdat zijn kin zijn uitpuilende buik raakte. Daarna schraapte hij een paar keer met zijn keel en begon te zingen. Hij zong het ene loflied na het andere. Hij zong over de drie biggetjes en de boze wolf. Over een meisjesvarken dat een diva werd. Over de schoonheid van de prinses. Hij bezong haar mooie ogen, haar prachtige oren, haar perfect gevormde kin. Maar de prinses staarde verveeld voor zich uit. Toen Guus bij de benen van Hare Hoogheid was aangekomen, besloot de raadsheer dat ook deze big de prinses niet kon laten lachen. Hij liet de laatste big komen.
‘Mijn naam is Huub en ik laat de prinses weer lachen,’ introduceerde de derde big zichzelf. Hij boog tot zijn flaporen de grond raakten, rolde daarbij om en maakte een koprol alvorens hij weer op zijn poten ging staan. Daarna boog hij naar achteren en maakte een achterwaartse salto. Meteen volgde er een pirouette naar links, gevolgd door een sierlijke danspas naar rechts. Zonder te rusten boog Huub opnieuw naar voren om een tweede koprol te maken, waarna weer de achterwaarts salto kwam, gevolgd door de pirouette naar links en de sierlijke danspas naar rechts. Telkens weer van voor naar achter van links naar rechts. Maar de prinses staarde verveeld voor zich uit. Toen de raadsheer duizelig werd van de kunsten van Huub, besloot hij dat ook deze big de prinses niet kon laten lachen. Zijn einde was nabij.
Somber staarde de raadsheer hele dagen uit het raam. In het paleis werden de voorbereiding voor het kerstdiner getroffen. Ruud, Guus en Huub waren op verzoek van de raadsheer in het paleis gebleven en vertoonden iedere ochtend hun kunsten aan Hare Hoogheid. Heel misschien konden ze de prinses toch nog laten lachen.
Op kerstmorgen prikkelde het aroma van gebraden vlees de neus van de raadsheer. Opeens kreeg hij een idee. Vlug liet hij de drie biggetjes bij zich komen. Samen met Ruud, Guus en Huub haastte hij zich naar de koninklijke keukens. Hij fluisterde de meesterkok iets in het oor. Daarna liep hij terug naar het raam om naar buiten te staren. Hij kon alleen nog afwachten.
Een paar uur later zat de raadsheer samen met de koning en de prinses aan een lange tafel. Een bediende kwam binnen met een grote zilveren schaal. Op die schaal lagen drie geruite lappen stof, elk bedekt met een malse karbonade. Verveeld prikte de prinses een stukje aan haar vork en stopte het in haar mond. Ze kauwde het en slikte het door. Toen verscheen er een glimlach op haar gezicht. ‘Ik heb nog nooit zo lekker gegeten,’ verklaarde ze gelukzalig.

2 thoughts on “Het eerste verhaal is bekend

  1. Heel mooi verhaal Liesbeth,
    van het Vreugdemaal, het eerste verhaal waar van bekend is dat in je nieuwe boek komt.

    Ik heb het met heel veel plezier gelezen.

    Mijn complimenten!

    Als je nieuwe boek gelanceerd is wil ik het zeker lezen.

    Want je bent echt een top
    schrijfster en auteur!

    Hartelijke groet,
    Suzanne van den Buijs📕🖌

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Laatste blog

Dit keer een ander bericht dan wat je gewend bent op vrijdag. Enige tijd geleden deed ik een ontdekking. Ik ontdekte hoe je met WordPress pagina’s kunt maken. Hiermee ben ik een middag aan de slag gegaan en zoals je kunt zien, heeft mijn website een metamorfose ondergaan. Een hoop dingen zijn nu overzichtelijker en […]

lees meer

Wat is de naam?

Een tijd geleden schreef ik dat ik namen had bedacht voor de twee koninkrijken in de fairytale fantasy mozaïekroman Mozaïek van Geluk. (De betreffende blog kun je hier teruglezen.) Zoals ik al eerder schreef, waren die namen anagrammen van Nederlandse plaatsen. Die plaatsnamen waren niet zomaar gekozen, het zijn allebei plekken waar ik veel dierbare […]

lees meer

Nieuwere computer

Bijna al mijn schrijven doe ik op een vaste computer. Deze staat op de eerste verdieping en de bewuste kamer heb ik helemaal naar mijn smaak ingedeeld. Hoewel de computer meer dan tien jaar oud was, vond ik het niet nodig om een nieuwe te kopen. Hij deed het immers? Bovendien had ik meer dan […]

lees meer