De kannibalistische rupsen

Auteur Finn Audenaert schreef het begin van dit verhaal over ene Udo die een wimpel wil veroveren. Aan verschillende auteurs is gevraagd het verhaal af te maken. Hieronder lees je mijn versie.
Dit verhaal is ook te lezen op Out Of This World.

13–19 minuten

De kannibalistische rupsen

Iedereen wilde de wimpel. Er was geen Mann in het land die er niet ‘s nachts van droomde. Hoe het ooit gekomen was dat zo’n dun stuk textiel absolute macht vertegenwoordigde, was verloren gegaan in de mist der tijden. Alleen dit stond vast: wie de wimpel veroverde, kon zijn wil aan anderen opleggen. Zijn wil. Die Frauen in het dorp hadden geen interesse in de wimpel. Zij waren alleen geïnteresseerd in hun vaste dagelijkse routine. Hun lijf had zeven roze segmenten, behorend bij de rang van die Wassermelonen. Deze rang was alleen voor Frauen bestemd. Sommigen van hen, zoals Liesl die Schweigende, waren zo stoïcijns in hun vaste routine, dat je er geen normaal gesprek mee kon voeren.
Dat gold in zekere mate ook voor die Männer in Rothenburg ob der Tauber. Vooral voor Udo. Hij was al een jaar bezig om deze ene vraag te beantwoorden: hoe stal je de wimpel van zijn huidige bezitter, Leonhard der Befehler? Leonhard, die tot die Heuschrecken behoorde, was al twaalf maanden de onverslagen wimpelbezitter. Zijn team was zelfs al twaalf jaar onoverwinnelijk, zo gingen de verhalen. Leonhards lijf had maar liefst tien oranje segmenten, het aantal en de kleur van die Apfelsinen, de hoogste rang die er was.
Bij die Marienkäfer, het team waar Udo deel van uitmaakte, had niemand deze rang weten te bereiken. Daar bleef iedereen hangen op de gele rang en bijbehorende twee segmenten van die Äpfel. Slechts eenmaal had iemand het groen en de vier segmenten van die Birnen bereikt, maar deze Derrick der Unglaubliche was de volgende speelronde alweer geëlimineerd en de speelronde erna teruggekeerd als ein Apfel.
Udo der Krüppel wilde eindelijk eens af van zijn gele Apfelfarben en promoveren tot eine Birne. Dat kon alleen als die Marienkäfer zouden winnen. Het team dat de wimpel wist te veroveren zou immers een plek stijgen in de ranking. Hun lijf kreeg er dan twee segmenten bij en ze ontvingen de kleur van een hogere rang.
De allerhoogste rang was die van die Schmetterlinge, maar het was zo lang geleden dat iemand die had bereikt, dat velen het afdeden als een Märchen.
Udo wilde dat die Marienkäfer eindelijk eens zouden winnen. Dan zouden die Heuschrecken voor die Marienkäfer moeten buigen. Dan zouden die Rothenbürger respect voor hem hebben. Nog belangrijker: Heidi die Schöne zou hem eindelijk zien staan. Enkel een list bood hierin uitkomst. Bruut geweld gebruiken, zo hadden de twaalf doden in zijn team het afgelopen jaar uitgewezen, liep faliekant mis.
Udo sloeg geen dag over. Elke ochtend, klokslag zes uur, strompelde hij door de kronkelige steegjes van Rothenburg ob der Tauber. Hij maakte speciaal een omweg, want de leerlooierij lag een heel eind uit de buurt. Op de toren van het Topplerschlösschen wapperde de blauw-wit-geblokte wimpel. Udo’s ogen volgden de snelle bewegingen van de gouden cirkel midden op de wimpel. Hij zag de bergen goud al voor zich. Als iedereen hem gehoorzaamde, zou zijn rijkdom oneindig zijn. Dat zou zijn stadsgenoten leren – vernederd hadden ze hem in zijn jeugd, niet meer of min.
Zoals alle Männer kwam hij als tienjarige jongen in het spel Rothenburg terecht. Hij was helemaal zilverkleurig en zijn lijf bestond net als nu uit twee segmenten. Zijn herinneringen begonnen bij dat moment. De pijn vlamde door zijn been toen hij dacht aan de dag dat de andere jongens, die allemaal al een paar speelrondes hadden meegemaakt, hem tegen een wagen hadden geduwd. Helmut der Wagenlenker had nog geprobeerd zijn paard te doen stoppen, maar het onheil was al geschied. Udo ging vanaf die dag als Udo der Krüppel door het leven, al was ‘gaan’ wellicht niet het passende woord.
Vijf speelrondes na zijn aankomst was hij op een ochtend wakker geworden als volwassene. Zomaar ineens had hij het lichaam van een Mann en de rode rang van ein Apfel. Niemand wist hoe het gebeurd was, maar alle Männer hadden hetzelfde meegemaakt; sommigen al na een paar speelrondes, anderen pas na meer dan twintig rondes. Maar één ding stond vast: iedere Apfel die tijdens een speelronde stierf, werd de maand erop vervangen door een jongen die al een of meer maanden in Rothenburg woonde. Hij werd op de ochtend van een nieuwe maand wakker als ein neuer Apfel.
Die Frauen waren hier gewoon altijd al, zij konden zich niet herinneren ooit een Mädchen te zijn geweest. Helaas voor Udo was zijn kreupelheid gebleven, net als de pesterijen van de jongens van die Heuschrecken, die nu ook volwassen waren. Bij die Marienkäfer wist hij weliswaar als volwassene en dus speelplichtige al twaalf speelrondes in leven te blijven – een zeldzaamheid in zijn team –, maar ook daar bungelde hij onderaan de sociale ladder.
Dat alles zou voorbij zijn wanneer hij de wimpel veroverde voor die Marienkäfer. Hij en zijn teamgenoten zouden allemaal een fruitsoort stijgen in rang. Hij zag zichzelf al lopen in de vier groene segmenten van die Birnen. Wanneer iemand uit zijn team dan de maand erop nog eens de wimpel zou veroveren, zou zijn lichaam bestaan uit de zes blauwe segmenten van die Pflaumen, gevolgd door de acht rode van die Erdbeeren en dan volgden de tien oranje van die Apfelsinen. Bij iedere rang hoger dan ein Apfel kreeg je een extra leven.
Als hij dan eenmaal de wimpel had veroverd, en zijn dorpsgenoten een aantal bevelen kon geven, zou het een stuk eenvoudiger zijn om de wimpel de maand erop nog eens te veroveren. Als hij dan uiteindelijk was opgeklommen tot ein Apfelsine en hij sneuvelde tijdens een speelronde waarin die Marienkäfer de wimpel veroverden, dan kon hij terugkeren met behoud van de hoogste rang, maar zonder zijn kreupelheid. Dan zou Heidi zeker voor hem kiezen.
Wellicht dat hij ook een ander beroep uitkoos, nog een privilege van eine Apfelsine. Het werk in de leerlooierij was hard, zeker voor iemand als Udo. Hij was wat men een vlezer noemde. Huiden van de omgekomen slachtoffers werden onthaard, gesmart en gebroeid voordat ze bij hem terechtkwamen. Op de binnenkant van de huiden zaten nog grote stukken vlees. Udo moest de huiden op een bolle stenen tafel leggen en er het vlees afsnijden. Waar het vlees en de huiden naartoe gingen, was hem een raadsel. Ze werden altijd op dinsdagochtend om acht uur opgehaald door Klara die Sammlerin. Zij zette het vlees en de huiden op een bootje op de Tauber, de rivier die zich door Rothenburg slingerde. De stroming voerde het bootje weg van het stadje en uit het zicht van haar inwoners. Het was niemand ooit gelukt om het stadje te verlaten. Iedereen liep, soms letterlijk, tegen een onzichtbare muur op.
De jongens in het dorp, die net waren gearriveerd om in de toekomst de gesneuvelde spelers te vervangen, wisten ook niet hoe je uit Rothenburg kon wegkomen. Jürgen der Verrückte had het over een soort felle lichtflits gehad en het gevoel dat je lichaam een metamorfose doormaakte, een beetje zoals wanneer je steeg in rang, maar dan anders. De meeste inwoners wilden trouwens niet weg uit het stadje, zeker de spelers van die Heuschrecken niet. Waarom zou je, als je iedere maand een nieuwe kans kreeg op macht en rijkdom en bediend werd door die Marienkäfer?
Udo zou nooit de aanblik van het zwaar toegetakelde lichaam van Derrick vergeten, de enige persoon die hij twee keer had moeten vlezen. Beide keren was er weinig meer over om hem aan te herkennen. Alsof Derrick er wat aan kon doen dat het spel een bug had waardoor iemand van het verliezende team een rang kon stijgen. De speelronde erna was het euvel, zoals die Heuschrecken het noemden, opgelost.
Om te kunnen vlezen moest Udo de hele tijd rechtop staan. De tafel was hoog. Hij kon weliswaar zitten, maar dan kon hij niet voldoende kracht zetten op het mes. Naast het werk zelf vermoeiden ook de anderen in de leerlooierij hem. Zo ging het al zijn hele leven: niemand behandelde hem zoals het hoorde. Hij werd beschimpt om zijn gebrek en belogen, omdat mensen dachten dat wie krom liep, ook wel dom moest zijn. Vaak doorzag Udo het bedrog, maar hun pogingen stompten hem af. Steeds weer raakte hij in mensen teleurgesteld. Dat Leonhard hem haarfijn wist te vertellen wie van die Marienkäfer er elke maand op de tafel van Udo belandde, soms zelfs in de toekomende tijd, deed hem meer dan hij liet doorschemeren.
Om zijn leven ten goede te veranderen, moest hij de wimpel veroveren. Al meer dan een jaar trof Udo voorbereidingen voor zijn diefstal. Vandaag was eindelijk de dag aangebroken. Vanzelfsprekend zou hij niet naar de leerlooierij gaan. Als hij de wimpel kon bemachtigen, zou iedereen hem gehoorzamen. Waarom zou hij dan nog gaan werken voor de kost? Zijn eerste bevel zou trouwens de leerlooierij gelden: iedereen moest eruit, behalve misschien Heidi. Zij was een vriendelijke Frau, die altijd een goed woord voor hem overhad. Wie weet bevorderde hij haar tot bazin. In dat geval zou er bij haar geen twijfel meer zijn om zich aan hem te binden. Zijn stadsgenoten zouden van haar promotie nogal opkijken: eine Frau aan de macht! Frauen werden gezien als hersenloze wezens die als een soort zombies de hun opgelegde taken uitvoerden. De echte macht zou natuurlijk bij Udo liggen.
Hij moest maar eens aan de slag gaan, nu …
Voor iemand als Udo was het onmogelijk om de toren te beklimmen. Bovendien werd het hoogste gebouw van Rothenburg ob der Tauber dag en nacht bewaakt door leden van die Heuschrecken. Vanmorgen om klokslag acht uur zou het team dat de wimpel op dat moment in zijn bezit had, de winnaar worden van deze maand en speelronde. Degene die de wimpel op dat moment daadwerkelijk vasthield, kreeg nog een extra beloning. Hij kon zijn wil aan de anderen opleggen. Zo had Leonhard bevolen dat de wimpel op de toren moest blijven hangen, tot een halfuur voor het einde van de speelronde. Vervolgens liet hij Karl der Gehorsame de wimpel voor hem ophalen. Karl deed alles wat Leonhard hem opdroeg, in de hoop dat Leonhard hem zou laten delen in de macht. Was het niet deze maand, dan toch zeker de volgende maand. Samen met Ludwig der Starke vormde dit trio de harde kern van die Heuschrecken.
Karl en Ludwig waren door Leonhard aangesteld om leiding te geven aan de torenbewakers, een groep van negen Männer, afkomstig van die Heuschrecken, die de toren dag en nacht moesten beveiligen. Wie weigerde of niet genoeg zijn best deed, liep het risico om op Leonhards bevel op de tafel van Udo te belanden. Wilhelm Nimmersatt, die zo heette omdat hij altijd aan het eten was, Günther der Kahle en Otto der Tapfere hadden allen de acht rode segmenten van die Erdbeeren omdat ze vorige maand door Leonhard gestraft waren voor hun nalatigheid. Die maand was het Helmut bijna gelukt om de wimpel te veroveren. Slechts doordat Klara die dinsdagochtend met haar kar haar vaste route naar de leerlooierij liep en daarbij per ongeluk de ladder van Helmut omstootte, kon zijn poging de wimpel te veroveren worden verijdeld. Leonhard, die toevallig net kwam aanlopen, had korte metten gemaakt met de nalatigheid van de drie. Het proces was kort en het vonnis werd voltrokken voordat de inkt van de griffier droog was. Volgens de regels van het spel was het drietal de volgende speelronde teruggekeerd in een lagere rang. Geheel toevallig waren deze drie aangesteld om vanochtend de toren met de wimpel te bewaken. Het kwam Udo goed uit.
Op deze kille ochtend in januari, waarin de huilende wind de gevoelstemperatuur nog verder onder het vriespunt bracht, waren die Wächter vast wel te verleiden tot een Tasse heißer Glühwein. Zeker als je bedacht dat ze van Leonhard dubbele diensten moesten draaien als straf omdat ze vorige maand in slaap waren gevallen tijdens hun wachtdienst.
Zoals verwacht had Udo weinig overtuigingskracht nodig om Wilhelm, Günther en Otto de Glühwein te laten drinken. Dankzij het sterke slaapmiddel dat hij er van tevoren in had gedaan, waren ze korte tijd later alle drie in Traumland. Nu moest Udo vlug zijn. Het zou niet lang duren voordat Heidi samen met Hedwig die Klatschtante naar de bakker zou lopen. Dat deden ze altijd op dinsdag en zaterdag om dezelfde tijd; weer of geen weer. Hun vaste route liep langs de toren. Als zij ontdekten wat Udo op het punt stond te gaan doen, zou weldra heel Rothenburg en dus ook Leonhard weten van zijn plan. Leonhard zou geen genade kennen; Udo zou op zijn eigen vlezerstafel belanden. Ein anderer Apfel zou dan het vlees van zijn huid afschrapen.
De afgelopen maanden had Udo ‘s avonds na werktijd in de leerlooierij via een chemische reactie zwavel gewonnen uit de stukken vlees die op zijn vlezerstafel waren beland. Altijd kleine stukken, zodat het niet opviel. Houtskool was gemakkelijk te verkrijgen in een stad waarin ieder huis een open haard had. Voor het verkrijgen van salpeter had hij lange tijd de urine en mest van paarden en koeien verzameld en die laten rotten in een verlaten gebouw. Door middel van verdamping werd er een wit poeder afgezet op de muren. Udo had de aldus gewonnen salpeter zorgvuldig van de muren afgeschraapt. De zwavel, houtskool en salpeter had hij vervolgens in de juiste verhoudingen in een zelfgebouwde kogelmolen vermalen tot meelkruit. Hiervoor had hij verschillende keren moeten experimenteren en eenmaal was hem dat bijna fataal geworden.
Nu had hij echter de perfecte samenstelling te pakken. Hij liep om de toren heen, zodat hij vanaf de straat niet meteen zichtbaar was. Zorgvuldig goot hij de meegebrachte zak met meelpoeder leeg aan de voet van de toren. Hij bekeek zijn werk en liep toen een flink aantal passen naar achteren. Met behulp van een tondel stak hij een stukje linnen in brand dat hij met een steentje had verzwaard. Hij wierp het in de richting van de toren. Hij hoopte maar dat zijn plan zou werken. In het donker kon hij niet precies zien waar hij naartoe had gegooid. De afstand die hij hield was vast wel voldoende, toch?
Korte tijd later klonk er in Rothenburg een knal zoals die nooit eerder had geklonken. De toren vatte vlam. Ondanks het gure weer likten de vlammen gretig aan het houten bouwwerk. Udo keek ernaar. Nu was het een kwestie van tijd voordat de toren instortte en hij de wimpel kon pakken. Hij zou de eerste Apfel ooit zijn die dat was gelukt.
In plaats van dat de toren instortte, klommen de vlammen hongerig omhoog. Steeds hoger. Nog even en de wimpel vatte vlam. Haast tegen beter weten in bleef Udo omhoog staren. Zijn leven hing nu af van een stukje blauw-wit-geblokte stof. Hij merkte nauwelijks dat zijn stadgenoten zich om de toren hadden verzameld. Dat er geroepen werd om emmers water. Dat er te midden van de chaos besloten werd op welke manier hij vanochtend nog geëxecuteerd zou worden. Hij staarde alleen maar naar de toren en naar de wimpel. Toen de wimpel uiteindelijk vlam vatte besefte Udo dat zijn leven voorbij was. Hij liet zichzelf op de kasseien zakken en kwam daarbij met zijn hoofd hard terecht.

#

Udo werd wakker met een raar gevoel aan zijn lijf. Hij bestond nu uit een enkel langwerpig bruin segment. Aan de lange zijdes groeiden twee gekleurde vleugels: geel, groen, blauw, rood en oranje. Hij wapperde ermee en vloog een stukje rond. In de weerspiegeling van een rivier bekeek hij zichzelf. Hij kon er niet omheen: wat niemand in Rothenburg ooit was gelukt, had hij gedaan. Door het vernietigen van de wimpel was hij ein Schmetterling geworden.
Udo vlijde zich neer aan de oever van de rivier. Een onbemand houten bootje kwam zijn kant opgedreven. De lading was een krat vol vlees en huiden. Was hij nu weggekomen uit Rothenburg? Dat moest haast wel. Hij herkende het hier niet. Hij besloot een stukje rond te vliegen. Al gauw stuitte hij op een groot, langwerpig gebouw. Door de ramen en de openstaande deuren zag hij tientallen zilverkleurige Raupen op evenveel bedden liggen. Twee bedden waren leeg en hij wist meteen dat dit aantal overeenkwam met de twee Äpfel die de afgelopen maand in Rothenburg waren gesneuveld. De Raupen leken in een diepe coma. Hij vloog een stukje het gebouw binnen. Toen zag hij waar het vlees uit de leerlooierij naartoe ging. Eine Maschine vermaalde het tot een dunne pap en via een infuus werd het aan de Raupen toegediend. Ergens anders in het gebouw waren tientallen ronde eitjes aan een reusachtig blad vastgekleefd. Ernaast hing eenzelfde blad, alleen was dat exemplaar nagenoeg leeg.
Hij verliet het gebouw en vloog nog verder omhoog. Hij kon nu het stadje Rothenburg zien liggen. Hij zag hoe Ursula die Weberin een nieuwe wimpel maakte. Die Marienkäfer waren allemaal gepromoveerd tot Birnen. Wilhelm, Günther en Otto waren juist gedegradeerd en gingen nu in het blauw van die Pflaumen. Ze moesten duidelijk nog wennen aan hun kortere lijf. Tevreden sloeg hij het tafereel een tijdje gade. Dit was weliswaar niet wat hij voor ogen had gehad, maar het resultaat was zeker bevredigend.
Een zachte vriendelijke stem deed hem uiteindelijk omkijken. Ein weiblicher Schmetterling lokte hem met haar grote ogen weg van Rothenburg, terug naar het langwerpige gebouw. Haar feromonen brachten Udo in extase. Ondanks haar hoge leeftijd liet Udo zich gewillig meevoeren. Na de paringsdans legde das Weibchen een reeks van honderden eitjes op het bijna lege blad. Voor Udo had ze opeens geen oog meer. Toen hij ernaar vroeg kreeg hij te horen dat Rothenburg altijd een wimpel moest hebben en dat er altijd genoeg Raupen moesten zijn.
Die Show musste weitergehen.

Nieuwsgierig naar meer? Hier vind je nog meer verhalen om te lezen. Of kijk bij Publicaties voor een mooi boek of een verhalenbundel.

Niets missen? Leuke extra's ontvangen?
Welkom bij de Inktpot Interface!
Een plek waar je nog meer leest over mijn verhalen en wordt betrokken bij het schrijfproces.