10 verse nachtwakers

Voor de verhalenbundel Nachtwakers schreef ik twee verhalen. Mijn verhaal Vigilie, waarbij ik me liet inspireren door Frankenstein, heeft uiteindelijk de bundel gehaald.
Het andere verhaal, getiteld 10 verse nachtwakers, is gebaseerd op een oud kinderliedje. Ik heb er zelfs een synoniemen- en een rijmwoordenboek bij gepakt om alle coupletten en regels precies even lang te krijgen. In deze blog lees je hier meer over.
In de komende periode verschijnen er om de week op mijn blog een paar coupletten van dit verhaal. Alle coupletten die geweest zijn, zal ik ook hieronder publiceren.
Laat je weten wat je ervan vindt?

TIEN VERSE NACHTWAKERS

Tien verse nachtwakers zaten op een rij.
Nummer één tot en met tien knikte heel blij.
Tien namen op het contract erbij,
nog kort en ze waren lastenvrij.

Ze mochten oppassen op een creatuur,
nog nooit zagen ze het hier in de natuur.
“Slechts één per dienst bij het creatuur.
De dienst duurt niet langer dan een uur.”

Tien verse nachtwakers zaten op een rij.
Tot zes keer sloeg de kerkklok aan de zuidzij.
Voor nummer één begon het karwei,
daarmee was hij echt ontzettend blij.

Zijn verbazing en schrik waren heel erg groot,
hij was van alles zelfs even uit het lood,
het dier zat in een kelder met schroot
en had geen water en ook geen brood.

Wat moest het wezen dan drinken en eten?
De nachtwaker kwam het al snel te weten.
Voordat hij zijn angst kon vergeten
had het dier hem opengereten.

Negen verse nachtwakers, daar op een rij.
Zeven keer sloeg de kerkklok aan de zuidzij.
Voor nummer twee begon het karwei,
daarmee was hij echt ontzettend blij.

Hun aloude poellierwinkel liep erg slecht;
werkelijk niemand kocht nog een wildgerecht.
Iedere maand was het een gevecht,
maar nu konden ze genieten, echt.

In de kelder zag hij een zeer grote kist.
Wat erin zat was voor hem een grote gis.
Het creatuur gebruikte een list
en het lichaam verdween in de kist.

Acht verse nachtwakers zaten op een rij.
Tot acht keer sloeg de kerkklok aan de zuidzij.
Voor nummer drie begon het karwei,
daarmee was hij echt ontzettend blij.

Het was een hele donkere winternacht,
zonder enig licht van maan of sterrenpracht.
De bewolking had geheel de macht.
De derde nachtwaker had een klacht.

Hij kon het creatuur niet goed aanschouwen
ook al had hij de deur opengehouden.
Hij schrok toen het dier naar hem klauwde
en zijn hoofd van zijn lijf af houwde.

Zeven verse nachtwakers, daar op een rij.
Negen keer sloeg de kerkklok aan de zuidzij.
Voor nummer vier begon het karwei,
daarmee was hij echt ontzettend blij.

Hij kon toegeven aan zijn nieuwsgierigheid.
Was het creatuur een jongen of een meid?
Had het last van luizen of schurftmijt?
Werd het wezen voldoende vermeid?
(vermeien betekent vermaken)

Wat hij daar zag beviel hem werkelijk niet,
hij was het die daarop een luide gil liet.
Met één grote beet werd het geschied,
zodat het leven de man verliet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *