En ze leefde nog lang

In april 2021 was ik Schrijver van de Maand op de blog van Tazzy Jenninga. Ik schreef toen o.a. een kort verhaal over Doornroosje. De lezers van de facebookgroep horende bij de blog, mochten een titel verzinnen.
Stephanie van Maris- Siebelink verzon de leukste titel en deze heb ik gekozen voor het verhaal dat je hieronder kunt lezen.
Wist je trouwens dat mijn boek De verdwenen prinses van Geografie ook is gebaseerd op Doornroosje?

 

Het verhaal
Met een uitgerekte geeuw werd ze wakker. Na honderd jaar was ze voorlopig uitgeslapen.
Het was een geniale zet geweest. Als prinses en troonopvolger moest ze destijds trouwen. Dat wilde ze niet. En zeker niet met die blaaskaak die haar ouders voor haar uitkozen. Alles wat hij deed was opscheppen over zijn daden en dan vooral over zijn magische kus. Volgens de verhalen had hij daarmee onder meer een kikker in een prins veranderd, een vrouw die werd gestalkt door zeven dwergen uit haar schuilplaats verjaagd en een zeemeermin wanhopig laten verlangen naar iets dat ze onmogelijk kon hebben.
En toen had hij zijn oog op háár laten vallen. Het erge was nog dat haar ouders aan zijn kant stonden. Wat hen betreft zou de bruiloft snel plaats vinden. Op die manier kwam er hopelijk een wettige erfgenaam en een einde aan de eindeloze rij jongemannen die maar wat graag met haar wilden trouwen en die zij het liefst allemaal zag veranderen in houten marionetten.
Net als zoveel prinsessen die ze kende, was ook zij vervloekt. Op een dag zou ze zich prikken aan een spinnewiel en sterven. Het was deze vloek die ze in haar voordeel had gebruikt. Eerst was ze op zoek gegaan naar een spinnewiel. Het was niet gemakkelijk, maar uiteindelijk vond ze een oud vrouwtje die er nog eentje had staan. Vroeger spinde ze daar wol mee en maakte de prachtigste gewaden. Toen kort na de geboorte van de prinses de vloek werd uitgesproken en alle spinnewielen verbrand moesten worden, was de vrouw noodgedwongen overgestapt op de verkoop van giftige appels. Hoewel haar hart uitging naar het spinnen van wol, wist ze met de appels redelijk in haar levensonderhoud te voorzien. Haar appels hadden dan ook een betrouwbare reputatie. Eén hapje en je zou voor dood neervallen. Pas na enkele dagen kon een kus je weer doen ontwaken. Met meer happen zou het effect langer aanhouden. Perfect!
Met een schilmesje sneed ze in haar vinger en smeerde het bloed aan het spinnewiel om zo de oude vrouw te beschermen. Daarna kocht ze twee kilo appels, maakte er appelmoes van en at alles op. Slaapdronken wankelde ze naar het bed van de oude vrouw. Ze merkte nog dat de vrouw haar instopte en een goede rust wenste, waarna ze met de mand appels het huisje voorgoed verliet.
De komende decennia was ze verlost van de opdringerigheid van haar aanstaande echtgenoot. Ze zou pas weer wakker gekust kunnen worden als hij allang dood was en niemand meer wist wie of wat ze was. Ze verlangde nu al naar dat moment. Het moment dat ze gewoon zichzelf kon zijn, zonder dat iedereen met haar wilde trouwen.
Natuurlijk startten haar ouders een zoektocht. Hoewel het huisje waarin ze sliep middenin een bos lag, werd ze toch gevonden en terug naar het paleis gebracht. Ze voelde daar niets van en ze kon ook niets zien, maar ze kon wel alles horen. Op die manier vernam ze dat het huwelijksplan was gewijzigd. Degene die haar weer wakker kon krijgen, mocht met haar trouwen. Dagelijks hoorde ze de hijgende adem van vele enthousiastelingen die allemaal probeerden haar te doen ontwaken. Het maakte haar niet uit. Het zou hen niet lukken zolang het gif van de appels nog werkte en na die tijd zouden ze allemaal dood zijn.
Natuurlijk deed die blaaskaak ook een aantal pogingen. Nu het niet meer vanzelfsprekend was dat hij met haar mocht trouwen, had hij besloten dat haar ouders eerst voor zijn diensten moesten betalen. Gelukkig was het gif van de appels sterker dan zijn magische kus.
Hij en haar ouders gaven het niet zomaar op. Naarmate de tijd verstreek werden zijn zoenen steeds gepassioneerder en het bedrag dat ervoor betaald werd liep hoog op, totdat de stapel munten op een dag hoger was dan de bonenstaak uit het ene sprookje. Vanaf dat moment kwam hij niet meer langs. Het paleis was inmiddels verkocht en zij was overgebracht naar een eenvoudiger onderkomen. Des te beter. Niemand zou haar herkennen.
Nu wreef ze de slaap uit haar ogen en keek om zich heen. Ze bevond zich in een eenvoudige woning die overeenkwam met wat ze gehoord had over het huis waar ze, nadat het paleis een andere eigenaar had gekregen, naartoe was verplaatst. Alles was dus gegaan zoals ze had gehoopt. Toen keek ze recht in de ogen van de oude vrouw en die blaaskaak.
‘Fijn dat je wakker bent, prinses,’ zei hij. ‘Zodra jouw ouders het paleis aan ons hadden verkocht, aten wij ook een aantal appels, is dat niet fijn?’
‘Nu kan ik eindelijk weer wol spinnen,’ zei de oude vrouw. ‘En weet je wat het mooiste is? Mijn zoon gaat met jou trouwen.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *